Regelgeving brandveiligheid

Brandveiligheid is in verschillende wetten en regels vastgelegd. Er zijn voorschriften voor (het gebruik van)
bouwwerken en voorschriften voor niet-bouwwerken als open erven en terreinen.
Onderstaande wetten en regels zijn van belang in het kader van brandveiligheid.

Woningwet

De Woningwet is ingevoerd in 1901 met als doel de bewoning van slechte woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen. De wet stelt daarom bouwtechnische eisen aan alle bouwwerken. Ook is in de Woningwet een stelsel opgenomen voor bouwvergunningen. De bouwparagraaf van deze wet vormt de kern van de bouwregelgeving. De Woningwet is per 1 april 2007 gewijzigd. Deze wijziging heeft vooral betrekking op een betere naleving, handhaving en handhaafbaarheid van de bouwregelgeving.

Met deze wijziging hebben met name de in het Bouwbesluit opgenomen eisen voor bestaande bouw een ‘rechtstreekse werking’ gekregen. Een en ander heeft nogal wat gevolgen. Zo ligt de primaire zorg voor de naleving van de voorschriften voor bestaande bouw nu nadrukkelijk bij de eigenaar of beheerder van het gebouw en niet langer primair bij de overheid. In de gewijzigde Woningwet is drastisch gesneden in de aanschrijvingsartikelen. Het niet voldoen aan de voorschriften voor bestaande bouw zijn nu overtredingen waartegen gemeenten direct handhavend kunnen optreden. Voorafgaande aanschrijvingen zijn daarbij dus niet langer nodig. Aanschrijvingen zijn nog wel aan de orde als de gemeente voorzieningen eist die het niveau van de voorschriften voor bestaande bouw te boven gaan.

Bouwbesluit

Het Bouwbesluit regelt het brandveilig (ver)bouwen en de brandveilige (bouwkundige) toestand van alle typen bouwwerken. Het gaat hierbij om bouwtechnische eisen aan het bouwen van nieuwe en het verbouwen van bestaande bouwwerken. De eisen voor bestaande bouw zijn van een lager niveau dan de eisen voor nieuwbouw. Het Bouwbesluit schept ook kaders voor ministeriele regelingen en kwaliteitsverklaringen.

Bouwverordening

In de Woningwet is bepaald dat elke gemeente een Bouwverordening moet vaststellen. Bijna altijd wordt hiervoor de Modelbouwverordening van de VNG (Vereninging van Nederlandse Gemeenten) gebruikt. Deze verordening beschrijft de procedures voor en eisen aan het bouwen en de staat van bestaande bouwwerken. De brandveiligheid maakt hier onderdeel van uit.

Gebruiksbesluit

Gebouwen moeten brandveilig worden gebruikt. De brandveiligheidsvoorschriften verschilden per gemeente maar zijn per 1 november 2008 geüniformeerd in het Gebruiksbesluit. Deze voorschriften werken rechtstreeks en gelden voor elke vorm van gebruik. Daarnaast is voor de meer risicovolle vormen van gebruik een gebruiksvergunning of een gebruiksmelding nodig.

Wanneer is een gebruiksvergunning of -melding verplicht?

In een gebruiksvergunning stelt het gemeentebestuur nadere eisen aan het brandveilig gebruik van dat bouwwerk. Zij stelt deze eisen alleen als deze extra eisen noodzakelijk zijn. Ze dragen bij aan het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, brandgevaar en ongevallen bij brand.

Een gebruiksvergunning is verplicht als het bouwwerk:

  • bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf verschaft aan meer dan 10 personen (zoals in een hotel, ziekenhuis, of gevangenis);
  • dagverblijf verschaft aan meer dan 10 kinderen onder de 12 jaar (zoals in een basisschool of kinderdagverblijf);
  • dagverblijf verschaft aan meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen.

Een gebruiksmelding is verplicht als:

  • in een bouwwerk meer dan 50 personen tegelijk verblijven (dit geldt niet voor woningen en woongebouwen);
  • in een woonfunctie waar bedrijfsmatig woonverblijf wordt verschaft aan meer dan een huishouden en aan meer dan vier personen (kamergewijze verhuur);
  • op basis van gelijkwaardigheid aan de brandveiligheidseisen van het Gebruiksbesluit wordt voldaan.

Brandweerwet

De gemeentelijke zorg voor de brandveiligheid is vastgelegd in de Brandweerwet van 1985. De wet regelt de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het gemeentebestuur en de taken van de (regionale) brandweer.

Doel en werking van de Brandweerwet.
Artikel 1 van de Brandweerwet 1985 bepaalt dat er in elke gemeente een gemeentelijke brandweer is. Er is een uitzondering voor (kleine) gemeenten die met elkaar samenwerken. De gemeente is verantwoordelijk voor de organisatie, het beheer en de taak van de gemeentelijke brandweer.

De (zorg)taken van de gemeentelijke brandweer zijn:

  • brand(gevaar) voorkomen, beperken en bestrijden;
  • ongevallen bij brand en alles wat daarmee verband houdt voorkomen en beperken;
  • gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand beperken en bestrijden.

Brandbeveiligingsverordening

De Brandbeveiligingsverordening regelt de uitvoering van de Brandweerwet. Gemeenten controleren en handhaven op basis hiervan de eisen die de Brandweerwet stelt.

Wet Milieubeheer

De Wet Milieubeheer bepaalt met welk (wettelijk) gereedschap het milieu beschermd kan worden. Het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) is een uitvoeringsbesluit van de Wet Milieubeheer. Een inrichting (bedrijf of organisatie) valt in principe onder de algemene regels van dit besluit. Tenzij de inrichting in bijlage 1 van het Activiteitenbesluit is aangemerkt als ‘vergunningsplichtig’.

Arbeidsomstandighedenwet

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) bevat voorschriften met als doel de veiligheid en gezondheid van werknemers te verzekeren en hun welzijn te bevorderen. Uitgangspunt van de Arbowet is dat de zorg voor de arbeidsomstandigheden een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemers is. De overheid laat met de Arbowet de mondigheid van de modale werknemer tot zijn recht komen. Er wordt van hen een actieve opstelling en bijdrage verwacht in het Arbobeleid dat de werkgever moet ontwikkelen.

Toekomstige wetgeving

Op het gebied van brandpreventie zijn veel ontwikkelingen. Er wordt gestreefd om op 1 januari 2010 maar liefst 2 belangrijke wetten in te voeren: de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Wet veiligheidsregio’s

De Wet veiligheidsregio’s waarborgt een centrale aansturing van hulpdiensten bij rampen en crises. Door brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing regionaal te organiseren kunnen zij effi ciënter optreden.

Grotere bestuurlijke en operationele slagkracht.

Naast de centrale aansturing van hulpdiensten regelt de wet de coördinerende rol van het regionale bestuur. Bij bestrijding van rampen en de beheersing van een crisis stemmen zij af met de partners binnen en buiten de veiligheidsregio. Een veiligheidsregio vergroot dus de bestuurlijke en operationele slagkracht bij calamiteiten. Hierdoor kunnen burgers beter worden beschermd. Nieuwe Wet Veiligheidsregio’s integreert 3 oude wetten. De nieuwe Wet Veiligheidsregio’s integreert de Brandweerwet 1985, de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (Wghor) en de Wet rampen en zware ongevallen (Wrzo). Deze
wetten regelen op dit moment brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening en rampenbestrijding.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bundelt zo’n 25 vergunningen die over de fysieke leefomgeving gaan: bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu in 1 omgevingsvergunning. Burgers en ondernemers hebben hierdoor nog maar te maken met 1 loket, 1 beschikking en 1 procedure.

De geïntegreerde omgevingsvergunning moet leiden tot:

  • minder administratieve lasten voor bedrijven en burgers;
  • betere dienstverlening door de overheid aan bedrijven en burgers;
  • kortere procedures;
  • geen tegenstrijdige voorschriften.

Normalisatie Het Bouwbesluit geeft prestatie-eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen. Wanneer het bijvoorbeeld gaat om een minimale afmeting in meters, is eenduidig vast te stellen of deze prestatie wordt geleverd of niet. Soms vraagt de bepaling van de prestatie echter een uitgebreidere uitleg. In zo’n geval wijst het
Bouwbesluit naar een NEN-norm. Daarin staan één of meer methoden om aan het betreffende voorschrift te voldoen.

Certificering

Al enige jaren bestaat er in de bouw een systeem van certifi cering en accreditatie. In het Bouwbesluit is dit in artikel 1.6 vastgelegd in het Stelsel van Erkende Kwaliteitsverklaringen.

Certificering en accreditatie.

In het Stelsel van Erkende Kwaliteitsverklaringen is een erkende kwaliteitsverklaring een schriftelijk bewijs dat een bouwproduct voldoet aan het Bouwbesluit. Een bouwproduct mag alleen worden toegepast op de manier die op de verklaring staat. Een producent van bouwmaterialen kan deze materialen voorzien van een erkende kwaliteitsverklaring door het te laten certifi ceren. Kwaliteitsverklaringen kunnen alleen worden verstrekt door certifi ceringsinstellingen die zijn erkend door de Raad voor de Accreditatie en door de minister van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer).

Bij certificatie hoort accreditatie: een toets of een instantie of persoon aan de voor zijn taak of functie geldende vakbekwaamheidseisen voldoet. Een positief resultaat op de toets betekent een erkenning van de vakbekwaamheid, met als gevolg dat de betreffende instantie of persoon het bijbehorende certificaat krijgt of zijn bestaande certificaat kan behouden of verlengen. De overheid wil graag formele en landelijk erkende vakbekwaamheidseisen aan toezichthouders en adviseurs in de bouwwereld: om de publieke belangen van kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid beter te kunnen waarborgen en om bepaalde overheidstaken beter te kunnen reguleren.